Ranonkel

Een prachtige bloem, die verrassend veel lijkt op de pioenroos, is de ranonkel, een knolgewas met een misleidend kleine bloemknop waar een zee van bloemblaadjes uit ontspruit.

Naamgeving

De botanische naam is Ranunculus asiaticus; alle verschillende varianten zijn cultivars van deze Ranunculus asiaticus. De ranonkel is een liefhebber van drassig gebied en groeit graag langs de waterkant. Het is dus niet verrassend dat hij genoemd is naar een andere groene waterliefhebber; de kikker. Ranunculus is namelijk afgeleid van het Latijnse woord ‘rana’, dat ‘kikker’ betekent. Hij is lid van dezelfde familie als de boterbloem, eveneens een Ranunculus.

Kenmerken

Ranonkels bloeien buiten in juli en augustus, maar als je ze binnen opkweekt kun je soms al vanaf mei genieten van de kleurige pracht. De plant wordt 15 tot 35 cm hoog, en de bloemen kunnen tot 7,5 cm in doorsnee zijn. Ze worden in zo ongeveer alle kleuren behalve blauw gekweekt, van wit, tot geel, roze, rood en oranje, in enkelvoudige vorm, maar ook halfgevuld en zelfs dubbelbloemig. Sommige hebben ruches, er zijn varianten die lijken op rozen en anderen kunnen met gemak concurreren met pioenen. Het zijn enorm veelzijdige bloemen. De ranonkel heeft groene, gelobte bladeren, en de bloemen groeien elk op een eigen dikke steel.

Cultivars, vooral de dubbelbloemige, worden als snijbloem met liefde gebruikt voor herfstboeketten, maar ze komen ook geweldig goed uit op een halfzonnige plaats in je border. Kies in dat laatste geval wel voor de kortstelige ranonkels, want van bovenaf kun je het meeste genieten van de vele lagen kroonblaadjes.

Planten en verzorgen

De ranonkel is een een- of meerjarig knolgewas, afhankelijk van de variant. De grillig gevormde knolletjes worden ook wel klauwtjes genoemd. Je kunt de knollen planten, of ze als jonge plant in je tuin poten. Ze komen daarbij het beste tot hun recht als je ze in groepjes plant. Ook zou je kunnen proberen om zaad te oogsten en deze in het voorjaar opkweken in een kweekkastje. Het is echter niet eenvoudig om een knolgewas vanuit zaad op te kweken.

Zorg bij het kiezen van een plantplek voor een zonnige standplaats met een goed gedraineerde bodem. Ze vinden het niet erg om in de ochtend schaduw te krijgen, maar in de middag willen ze echt volle zon. Houd de bodem goed vochtig. Indien nodig kun je de grond verbeteren met compost, veenmos, grondschors of gecomposteerde mest.

Omdat ranonkels matig winterhard zijn, kan het nodig zijn om ze voor de winter uit te graven en te laten overwinteren in een koele schuur of in de tuin een dikke laag stro of mulch aan te brengen tegen de kou.

Tijdens de bloei kun je open bloemen afknippen en er ook binnenshuis van genieten in een vaas. Sterker nog, door geopende bloemen af te knippen zet je de plant aan om nóg meer bloemen aan te maken en de bloei daarmee te verlengen. Dus leef je uit en deel ook eens een mooi boeketje ranonkels uit!

Na de bloeiperiode laat je het loof zitten, tot het afsterft. De bladeren nemen nog zonlicht op en voorzien de knol van een voedselvoorraad voor de bloei van het volgende jaar. Tijdens deze actieve groeiperiode moet de ranonkel nog steeds goed bewaterd worden.

Als het blad afsterft, kun je het loof verwijderen. De plant gaat nu in rust en heeft geen behoefte meer aan extra water. Over een paar maanden kun je weer genieten van een nieuwe bloeiperiode.

Ranonkelknollen planten

Ranonkelknollen kun je het hele jaar door planten. Ze vormen in het najaar wortels en spruiten, groeien verder uit tijdens de winter, en vormen hun oogstrelende bloemen in het voorjaar. Week de knolletjes vooraf even in water om ze wakker te maken, en plant ze daarna in de border. Graaf gaatjes van 2 centimeter diep op 10 tot 15cm afstand van elkaar. Plant de bollen daarbij met het klauwtje, waar de wortel uit groeit, naar beneden gericht. Geef de knollen royaal water. Droge grond is funest voor de ranonkel.

Planten in de tuin

Je kunt ook (jonge) ranonkelplanten kopen en deze in de tuin planten. Dit kun je het beste in het voorjaar doen op 10 tot 15 cm afstand van elkaar. Geef de planten daarna meer dan voldoende water.

Nieuwe ontwikkelingen

Tenslotte is er in Japan nog een nieuwe soort ranonkel ontstaan; de Butterfly ranonkel. Deze is enkelbladig, heeft in tegenstelling tot de bekende ranonkels 7 tot 12 bloemen per steel en veel blad. Er zit een laagje wax op de bloemblaadjes, waardoor ze mooi glanzen, vergelijkbaar met de verwante boterbloem.

Weetjes

Oorspronkelijk komt de ranonkel uit midden-Azië, in de literatuur zijn al vermeldingen bekend sinds 1596. Ondertussen is hij overal ingeburgerd, dankzij uitwisselingen via diverse ambassades. In Iran speelt de ranonkel zelfs een hoofdrol in een saga over een verlegen Iraanse prins die zijn hart verloor aan een nimf. Hij durfde echter zijn liefde niet te verklaren en stierf daardoor aan een gebroken hart. De prins veranderde in een ranonkel die zijn geheim verborgen hield in zijn bloemblaadjes.