Lelietje-van-Dalen

De bloem die veel gegeven wordt als teken van liefde. Niet voor niets wordt het lelietje-van-dalen ook veel gebruikt in bruidsboeketten.

Kom alles te weten over het Lelietje-van-Dalen. Van de kenmerken, tot het verzorgen en het verwijderen van deze bloeier.

Kenmerken

In Frankrijk en België heeft men op 1 mei een prachtig gebruik. Mensen geven op die dag een boeketje lelietjes-van-dalen aan hun geliefden en dierbaren als teken van hun liefde. Deze heerlijk geurende bloemen worden ook vaak in bruidsboeketten verwerkt omdat men gelooft dat het geluk in de liefde geeft.

De lelie-van-dalen, of lelietje-van-dalen wordt ook wel liefkozend lelietje-der-dalen of meiklokje genoemd, en in Frankrijk heten ze Muguets. Haar Latijnse naam is convallaria majalis. Convallaria betekent diep dal of vallei, en majalis betekent mei. Ze heeft deze naam gekregen omdat ze voornamelijk in diepe dalen gevonden wordt, en natuurlijk omdat haar bloeitijd in mei valt.

De geur van de bloemen is heerlijk zoet en heel populair. Gelukkig heeft men in de parfumindustrie ontdekt hoe men de geur zelf kan samenstellen met geurstoffen.

Meer over het lelietje-van-dalen

Het lelietje-van-dalen komt van oorsprong voor in gematigde streken van Europa, de Kaukasus, delen van West-Siberië en Azië. Ondertussen is het ook ingeburgerd in delen van Noord-Amerika.

Het is een vaste plant, winterhard, maar niet wintergroen. Het plantje wordt 15 tot 30 cm hoog. De bladeren, meestal twee, zijn groot en langwerpig rond, ze hebben gootvormige stelen die zich om elkaar heen vouwen, waardoor een steel gevormd wordt. Onderaan kun je enkele papierachtige bladeren zien, als een soort rudimentair eerste blad. Ze hebben lange, dunne wortelstokken met uitlopers.

De bloeitijd van het lelietje-van-dalen, of meiklokje is in mei tot juni. Uit de plant groeit dan een driekantige, onbehaarde steel, waaraan een naar één kant groeiende tros van zes tot twaalf witte, klokvormige, hangende bloemen komt. De bloemen worden tot 8 mm lang. In de herfst ontstaan dan de rode bessen, die ieder twee blauwe zaden bevatten.

Lelietjes-van-dalen zijn altijd wit, maar er is een uitzondering, een cultivar met lichtroze bloemen; Convallaria majalis 'Rosea'.

Verzorging van het lelietje-van-dalen

Het plantje voelt zich thuis in de volle zon tot volle schaduw, maar gedijt het beste in halfschaduw. Het heeft een iets droge, tamelijk zure leem- of zandbodem nodig. Ze houdt van humusrijke grond. In tuinen wordt ze vaak in borders gebruikt.

Om de plant rijker te laten groeien en bloeien, kun je na de bloei snelwerkende meststoffen geven, of in het late najaar langzaam werkende meststoffen.

(Ver)planten:

De beste tijd om lelietjes-van-dalen te (ver)planten is van oktober tot februari. De planten zijn dan in rust, waardoor ze minder last hebben van het planten. Zorg er daarbij voor dat je ze voldoende water geeft en dat de wortels niet kunnen uitdrogen.
Plant ze in groepen van 10 tot 20 planten, ongeveer 12 per m2. Geef ze voldoende ruimte, zodat je ze niet te snel hoeft te herplanten.

Zaaien:

Je kunt de zaden van het lelietje-van-dalen in het late najaar of het vroege voorjaar zaaien. Het kiemen van de zaden kan 2 tot 12 maanden duren.

Wortelstokken of scheuten:

Je kunt bij tuincentra wortelstokken of scheuten van de lelietjes-van-dalen kopen, of je kunt zelf wortelstekjes van je lelietjes halen. Meng voordat je de wortelstokken plant de grond met een flinke hoeveelheid compost. Plant daarna de wortelstokken zo diep, dat ze een paar centimeter onder de grond komen.

Schrik niet als je in het eerste jaar geen bloemen ziet komen. Dit is normaal bij nieuwe scheuten. Een andere tip is om de eerste jaren in het najaar de eventuele bessen te verwijderen. Daardoor zal de plant minder energie kwijt zijn aan het vormen van zaad, en meer aan de groei.

Verwijderen van lelietjes-van-dalen

Het is al eerder gezegd; het lelietje-van-dalen kan, als ze het naar haar zin heeft, een echte woekeraar zijn. Het kan dus gebeuren dat je iets teveel van het goede in je tuin hebt, en hoe kom je daar dan vanaf?

Allereerst maar het slechte nieuws; het is een kwestie van de langste adem. Verwijder de plant met wortel en al, en zorg er daarbij voor dat je echt elk stukje wortel weghaalt. Het meiklokje heeft veel reserves, dus als er een stukje blijft zitten, dan is die sterk genoeg om weer een nieuwe plant te vormen.

Als het losse zandgrond is, dan kun je een poging doen met een zeef. Daarmee kun je de kleinste oneffenheden uit je grond vissen. Is het vastere bosgrond, dan zit er niets anders op dan om elk opkomend plantje direct met wortel en al uit de grond te halen. Als het plantje eenmaal goed opgegroeid is, krijgt hij meer kracht, en kun je weer van voren af aan beginnen, dus goed opletten is belangrijk.

Het goede nieuws is dat je met een goede afscheiding of worteldoek je geurige witte klokjes prima kunt indammen.