Leeuwenbek

Wanneer je naar de bloem kijkt, heeft deze veel weg van de bek van een leeuw. Maar maak je geen zorgen, deze bloem bijt niet!

Een prachtige kleurrijke bloeier in een boeket én tevens één van de mooiste bloemen die je in de borders van je tuin kunt planten, de grote leeuwenbek - Antirrhinum Majus.

Wat de kleur betreft komt deze bloem in talloze kleuren voor, waaronder paars, wit en roze. De botanische naam van dit kleine leeuwtje is Antirrhinum, wat op zijn beurt weer valt onder de weegbreefamilie. Antirrhinum is afgeleid van het Oudgriekse antirrhinon, ‘gelijkend op een snuit’. Het is niet moeilijk te raden naar het dier op wiens snuit deze bloem en vruchten zo lijken. Majus komt uit het Latijns en betekent de grootste. De antirrhinum komt oorspronkelijk uit het Middellandse Zeegebied en is niet giftig.

In de weegbreefamilie zijn in totaal vijf geslachten die de naam leeuwenbek dragen:
- De Antirrhinum (o.a. de grote leeuwenbek)
- De Linaria (o.a. het vlasbekje)
- De Misopates (o.a. de akkerleeuwenbek)
- De Chaenorhinum (o.a. de kleine- en kierleeuwenbek)
- Cymbalaria (o.a. de muurleeuwenbek)

Leeuwenbek in de tuin verzorgen

Verzorging van de grote leeuwenbek

De antirrhinum (grote leeuwenbek) is een niet heel winterharde, bladverliezende een- tot tweejarige plant met een bloeiperiode van juli tot eind september. Er is een grote variatie in kleuren te koop in tuincentra, en door hun opvallende bloemenaren zijn ze de blikvanger van menige border. Je kunt ze het beste planten in het voorjaar, na de laatste nachtvorst. Hij houdt van zonlicht, dus een standplaats in de zon of halfschaduw is prima voor hem. Verder houdt de leeuwenbek van een kalkrijke, losse grond. De grote soort kan ongeveer 70 tot 90 cm hoog worden.

Omdat de leeuwenbek niet heel goed tegen onze koude winters kan, kun je de grote soort ook uitstekend planten in potten voor op het terras. Op die manier kun je ze in de winter verplaatsen naar een koele ruimte waar ze beschermd zijn tegen de winterkou.

Je kunt de plant ook zaaien. In februari of maart kun je ze binnenshuis laten voorkiemen bij een temperatuur van 16 tot 18 graden. Deze kun je dan in mei in de tuin planten. Vanaf mei kun je ze ook rechtstreeks in de tuin zaaien.

Verzorging van de kleine leeuwenbek

De kruidachtige, eenjarige kleine plant houdt het als echte bodembedekker op 10 cm hoogte. Ook deze soort houdt van zon, maar kan ook prima op een plek in de halfschaduw gedijen. De kleine leeuwenbek houdt van een kalkhoudende, voedselrijke grond en kan ook in het voorjaar, na de laatste nachtvorst geplant worden.

De Chaenorhinum origanifolium, eveneens een eenjarige, is ook een goed verkrijgbare en heel geschikte bodembedekker. Voordat je deze in de tuin plant, moet je echt zeker weten dat de nachtvorst voorbij is, want hij kan echt niet tegen kou. Zoek een mooi, beschut plekje met veel zonlicht, en dan zal deze bodemkruiper met zijn kleine paarse bloemen je er dubbel en dwars voor belonen! Ook deze leeuwenbek houdt van een kalkrijke grond, en omdat hij van een droge bodem houdt is hij erg geschikt voor rotstuinen.

Verzorging van de muurleeuwenbek

Cymbalaria muralis heeft het, in tegenstelling tot de zonminnende grote en kleine leeuwenbek, even goed naar zijn zin op een vochtige, schaduwrijke plek, als op een zonnig muurtje. Denk bij de standplaats ook aan het effect dat je wil bereiken. In de volle zon zullen de bloemen meer opvallen, maar op een schaduwrijke plek zal deze plant juist zijn bladeren meer ontwikkelen.

Het is een hangende, liggende of kruipende sterk vertakkende overblijvende plant die, omdat hij goed tegen droogte kan, heel geschikt is om rotstuinen of lage muurtjes op te sieren.

De muurleeuwenbek is ook eetbaar, hoewel er wat geluiden zijn dat ze in grote hoeveelheden wel vergiftigingsverschijnselen kunnen geven. De smaak lijkt sterk op waterkers, veel mensen vinden het wat te bitter, maar omdat ze ook veel vitamine C bevatten, zijn ze vroeger veel verzameld en gegeten in de winterperiode.

Je kunt de cymbalaria muralis eenvoudig stekken door een uitloper af te knippen en in de grond te steken. Dit kun je het beste in het voor- of najaar doen, en voor een extra boost kun je ze dopen in wat stekpoeder voor je ze plant.