Phlox

De phlox kenmerkt zich door de stervormige bloemen. Veel van onze Nederlandse borders worden opgevrolijkt met deze felgekleurde planten.

Ze zijn meestal in roze, paarse en witte kleurschakeringen, waarbij het hart een contrasterende kleur heeft. Denk dan aan bijvoorbeeld lichtroze bloemblaadjes, met in het midden een donkerroze hart. Of zachtlila blaadjes, met een donkerpaars hart. In het wild heeft de phlox echter felrode bloemen, en daar heeft deze tuinplant zijn naam aan te danken.

De botanische naam phlox komt uit het Grieks en betekent vlam, en in het Nederlands wordt hij dan ook vlambloem genoemd. Het geslacht phlox kent ongeveer 70 soorten, zowel hoge, als lage planten, bodembedekkers, eenjarige planten en vaste planten. Het is een heel veelzijdige familie.

Onze Europese phloxen komen oorspronkelijk uit het oosten en midden van de Verenigde Staten, en het oosten van Canada, waar ongeveer 27 varianten voorkomen. In de 18e eeuw zijn hiervan een aantal varianten naar Europa gebracht en ondertussen hebben ze hun eigen plek veroverd als kleurige borderplant.

Hoewel de phlox van oorsprong rode bloemen had, kun je ze nu in vrijwel elke kleur vinden, van wit, via roze en rood naar paarse en blauwtinten. Hij staat symbool voor vaardigheid in werk en bekwaamheid.

Soorten vlambloemen

We kunnen de vlambloemen grofweg in twee soorten onderscheiden; staande- en kruipende phloxen. Daarnaast zijn er ook nog eenjarige en vaste varianten, en is er ook nog veel onderling gekruist. We beschrijven de vier belangrijkste soorten:

Verzorging van de vlambloemen

Een belangrijke reden voor de huidige populariteit van de phlox is dat ze weinig onderhoud nodig hebben. Ze hebben graag een zonnige standplaats, de paniculata vindt halfschaduw ook fijn. Verder een goede vochtige, goed gedraineerde en voedzame tuingrond, dan is de phlox al snel een tevreden bloeiende plant.

Net als bij de hortensia heeft de samenstelling van de grond wel enige invloed op de kleur van de bloemen. Het gaat daarbij met name om de zuurgraad van de grond en/of de aanwezigheid van kalk in de (klei)grond. Het wordt daarnaast zelfs aangeraden om lilakleurige phloxen niet in de volle zon te zetten, omdat ze dan als reactie op de blootstelling aan de zon meer rozerood van kleur kunnen worden.

Phloxen willen graag jaarlijks bemest worden, ze waarderen een beetje verse humusrijke grond altijd wel.

Wanneer kun je de phlox het beste planten of verplanten?

De vlambloem, zowel de kruipende als de staande varianten, kun je het hele jaar door (ver)planten, maar de beste omstandigheden zijn tussen april en augustus. Geef na het (ver)planten een beetje meststof en ruimschoots water.

Bloeitijd

De bloeitijd van de kruipende phlox ligt in het late voorjaar, april en mei. De staande soorten bloeien vanaf juni. Bij de staande soorten kun je de bloei ook uitstellen, door in mei, begin juni de bloemstelen tot de helft terug te knippen, tot vlak boven een blad. Dit stelt de bloei ongeveer vier weken uit. Dit wordt ‘toppen’ genoemd, en als je dit een beetje speels in hoogte varieert, krijg je ook tijdens de bloei een speels en vol effect. Wanneer je slechts een deel van de stelen terugknipt, kun je een langere bloeiperiode creëren.

Hoe en wanneer de phlox snoeien

Kruipende phloxen: bij deze planten knip je de uitgebloeide bloeistengels na de bloei terug tot twee-derde. Ook kun je na de bloei de scheuten aan de zijkanten van de borders bijknippen. Hiermee houd je de plant in bedwang en zorg je voor een dichte begroeiing.

Staande phloxen: Tijdens de bloei loont het de moeite om uitgebloeide bloemen te verwijderen. Het verlengt de bloei aanzienlijk. Na de bloei, meestal in september, kun je de uitgebloeide bloemstelen tot op de grond afknippen.

Vermeerderen, stekken en zaaien

In het voorjaar kun je de phlox vermeerderen door de kluit te ‘scheuren’. Dit klinkt moeilijker dan het is, en voor het behoud van een mooie kluit is het aan te raden om dit eens in de drie tot vijf jaar te doen. Graaf de plant voorzichtig uit en scheur de kluit doormidden. Verwijder de houtige delen, de oude delen die er niet gezond meer uit zien en dode blaadjes en stengels. De gezonde jonge delen kun je dan weer herplanten.

Een phlox is ook geschikt om te stekken. Hiervoor kun je stengels zonder bloemknoppen afknippen. De stelen moeten 7 tot 10 cm lang zijn, en van de onderste 2 tot 5 cm haal je de bladeren eraf. Je kunt ze even dopen in stekpoeder en dan in een potje met grond, of je kunt ze in water zetten. Als ze een wortelkluitje hebben aangemaakt, kun je ze in de tuin planten.

De vlambloem kan ook uit zaad opgekweekt worden, maar niet uit het zaad dat je uit je eigen plant opvangt. Deze zijn meestal steriel. Als je eventueel toch een phlox kunt opkweken, dan zul je erachter komen dat deze over het algemeen niet de kleur van de moederplant overneemt. Gewoonlijk worden de bloemen van deze zaailingen rood, zoals de oorspronkelijke wilde phlox, en waar hij ook zijn naam aan te danken heeft.