Madeliefje

Het madeliefje is één van de eerste tekenen van het voorjaar. We hebben het nu over de witte bloemetjes met geel hartje, waar je vroeger misschien weleens bloemenkransen van gevlochten hebt, en in je puberjaren de bloemblaadjes geplukt hebt, terwijl je zachtjes fluisterde: “hij houdt van me, hij houdt niet van me”.

Het madeliefje is één van de meest voorkomende wilde bloemen in Nederland, samen met de paardenbloem, de boterbloem en de ereprijs/veronica. Maar wist je dat er ook een gecultiveerde variant is van het madeliefje?

Veel verschillende namen

Het madeliefje heeft in Nederland vele namen, waarvan het meizoentje de bekendste is. De meeste bijnamen (koeienbloem, schapebloem, bleekveldbloempje, dijkbloempje, grasbloem, weidebloempje, junibloem) geven al aan waar je het madeliefje veel tegenkomt; in weilanden, op dijken, en eigenlijk overal tussen het gras. Het is geen pretentieuze bloem. De botanische naam is al even simpel; Bellis perennis, mooi en overblijvend. In Engeland kennen we het madeliefje onder de Engelse naam Daisy, ook al zo’n simpele, pure naam!

Verzorging van het madeliefje

In het wild is het madeliefje een uiterst sterk plantje. Het houdt van een zonnige plek en wordt tussen de 10 en 15 cm hoog. Madeliefjes zijn meestal wit, maar je komt ze sporadisch ook wel tegen met rozewitte kroonblaadjes. Het is moeilijk om ze weg te houden, maar het zijn geen agressieve woekeraars.

Waar je het madeliefje ook tegenkomt is in de borders van veel Nederlandse tuinen. In die gevallen gaat het om gecultiveerde exemplaren zoals de Bellis perennis pomponette en de Bellis perennis monstrosa, beiden verkrijgbaar in witte, roze en rode tinten, en met een veelvoud aan kroonblaadjes. Vooral de pomponette doet daarbij haar naam eer aan.

Het gecultiveerde madeliefje wordt, net als de wilde variant, tussen de 10 en 15 cm hoog, en de bloeitijd is van mei tot juli. Het plantje is goed winterhard, maar niet wintergroen. Het madeliefje heeft weinig zorg nodig, maar zorg wel voor een zonnige plek. Zonder zon gaan de bloemen niet open.

Je kunt het madeliefje ook zaaien. In juni kun je de zaden oogsten, en deze kun je direct inzaaien. Jonge zaailingen kun je in het najaar uitplanten.

Andere leden van de composietenfamilie

Er zijn nog enkele andere planten die in de volksmond voor het gemak ook madeliefje genoemd worden. Gelukkig komen ze wél uit dezelfde familie, de composieten!

We kennen bijvoorbeeld het blauwe madeliefje, met de botanische naam Felicia uliginosa. Zoals de Nederlandse naam al aangeeft, is dit een violetblauwe bloem met een geel hart, die erg op het madeliefje lijkt. Hij wordt tot 20 cm hoog en bloeit van juli tot oktober. Net als het gewone madeliefje is het een vaste plant, en hij wordt veel toegepast als bodembedekker of rotsplant. In tegenstelling tot het madeliefje is deze plant wel wintergroen.

Dan is er nog een plantje dat uiterlijk erg veel weg heeft van het madeliefje. Deze komt net als het madeliefje uit de composietenfamilie en de Latijnse naam is Erigeron karvinskianus, het Mexicaanse madeliefje. Deze is te vinden in wit, geel lila of roze, en wordt ook vooral veel gebruikt in rotstuinen.

Het Mexicaanse madeliefje wordt ook 10 – 20 cm hoog en bloeit van mei tot oktober. Ook deze plant is wintergroen.

Verschillen margriet en madeliefje

Het madeliefje heeft veel weg van de margriet, maar wat zijn nu de verschillen?

Een madeliefje zou je ook wel de kleine uitvoering van de margriet kunnen noemen, maar er zijn echter een paar verschillen. Zo blijft het madeliefje maar klein 5 tot 10 cm terwijl de margriet wel 30 tot 60 cm hoog kan worden.

Een belangrijk verschil is dat het madeliefje eetbaar is. Terwijl het sap van de margriet juist een allergische reactie kan veroorzaken. We schreven ook een artikel over de margriet, mocht je er meer over willen weten.

Madeliefje eten en drinken

In deze tijd, waarin veel mensen culinaire wildplukmaaltijden bereiden, is het madeliefje een echte aanwinst. Het madeliefje is namelijk prima eetbaar. Ze bevatten een grote hoeveelheid vitaminen en mineralen, en door de aanwezige bitterstoffen heeft het een gunstig effect op de spijsvertering.

De blaadjes werden vroeger als sla gegeten, ze hebben een kruidige, groene smaak. De bloemetjes hebben een licht bitterzoete smaak. Van de bloemknopjes kun je heerlijke kappertjes maken. Doe hiervoor de bloemknoppen en voor de smaak enkele sjalotjes en peperkorrels in een schone, glazen pot, en overgiet ze met kokendhete witte wijnazijn. Sluit de pot goed af, plaats hem ondersteboven en laat het afkoelen.

Het madeliefje heeft nog meer geneeskrachtige werkingen. Al in de 15e eeuw werd de plant gebruikt bij kneuzingen, blauwe plekken en bloeduitstortingen, als alternatief voor het duurdere arnica. Ook bij acne heeft het een reinigende en verzorgende werking.

Van de bloeiende plant kun je een infuus (kruidenthee) maken, deze heeft een licht zoete smaak. Je kunt het inzetten bij vastzittend slijm, of ermee gorgelen bij aften of ontstekingen in de mond. Als alternatief kun je ook een vers blad pakken en daarop kauwen. Het madeliefje heeft een antioxidante werking, en daarnaast ook ontstekingsremmende, anti diabetische en pijnstillende kwaliteiten.

Creatief gebruik van het madeliefje

Van het madeliefje kun je mooie kettingen en kransen vlechten. Je plukt hiervoor enkele bloemen met de steel erbij. In de steel van één van de bloemen druk je met je nagel een opening. Door die opening steek je de steel van de volgende bloem. Druk met je nagel een opening in de steel van die volgende bloem en steek daar weer een volgende steel in, en ga zo verder tot je de gewenste lengte bereikt hebt.

Je kunt het madeliefje ook heel mooi drogen. Dit kun je doen tussen de bladzijden van een dik boek. Vergeet dan niet om vloeipapier of keukenpapier in het boek te leggen en de bloem daar tussen te leggen. Anders beschadig je mogelijk een geliefd leesboek. Je kunt ook een echte bloemenpers kopen of zelf maken. Lees hier meer over het drogen van bloemen.

Weetje

Het madeliefje was bij de Kelten bekend als de “bloem van de patroonheilige van de boeren”, en werd daardoor onlosmakelijk verbonden met het gewone volk. In Frankrijk daarentegen was het de Franse koning Lodewijk IX (1214-1270) die het madeliefje, samen met de lelie, in zijn wapen opnam.