Begonia

Niets kan mij zo snel terugbrengen naar mijn jeugd als een bloeiende begonia op een keukentafel, of een border vol met deze kleurige planten. Herken je dat gevoel?

Dat is niet verwonderlijk, gezien de jarenlange populariteit van deze gemakkelijke en dankbare plant, en de veelzijdigheid waarmee je hem kunt inzetten.

Let op; de begonia is prachtig en gemakkelijk te houden, maar er zit letterlijk een addertje onder het gras. Het sap van de plant is giftig. Het irriteert de huid en slijmvliezen, en kan zorgen voor braakneigingen. Ook werkt het sap vochtafdrijvend. Houd deze plant dus uit de buurt van kinderen en huisdieren!

Oorsprong 

Wat niet veel mensen zich realiseren, is dat de geslachtsnaam Begonia onder te verdelen is in drie sterk verschillende groeiwijzen; de blad-, struik en knolbegonia’s (die laatste worden ook weleens onterecht bolbegonia’s genoemd).

Van oorsprong komen de meeste begonia’s uit de tropische gebieden in Amerika, maar er zijn ook varianten gevonden in de Himalaya en de Molukken. De eerste vermeldingen van de plant dateren al uit 1690. Het duurde echter nog honderden jaren, tot 1831, voordat de begonia in Europa bekend werd en populair begon te worden.

Drie verschillende soorten

De begonia’s is in drie groeiwijzen onder te verdelen. Hieronder worden van elk van deze groepen enkele soorten beschreven.

Bladbegonia’s

Bladbegonia (Begonia rex) – Deze koninklijke begonia (rex betekent ‘koning’) heeft in de volksmond een wat nederige naam gekregen, en dat is volledig onterecht. De bladeren van deze plant zijn betoverend; door de lichtinval kunnen ze het ene moment zilverachtig wit lijken, om dan ineens roze, paarse en zelfs rode tinten tevoorschijn te toveren. Bij deze plant spelen, anders dan bij de uitbundig bloeiende soortgenoten, niet de bloemen, maar de bladeren de hoofdrol. Je kunt er uren naar blijven kijken!

Stippenbegonia of polka dot begonia (Begonia maculata en -tamaya) – Deze twee soorten hebben heel ver in de verte wel iets weg van de begonia rex. Beide varianten delen hun Nederlandse naam, maar hebben verder niet veel in overeenkomst. Ze hebben wit gestippelde bladeren, maar de stippen van de tamaya zijn kleiner dan die van de maculata.

De maculate heeft meer een struikvormige groei, terwijl de tamaya op stam groeit. En tenslotte is er die rode kleur aan de onderkant van de bladeren van de maculata. Deze ontbreekt bij de tamaya.
De bloemen van de maculata zijn wit, die van de tamaya zijn roze.

Knolbegonia’s

Knol-/bolbegonia (Begonia tuberhybrida) – De knolbegonia was de zomerbol van het jaar 2016, en met reden: ze zijn er in alle mogelijke kleurschakeringen, éénkleurig en meerkleurig, en in alle varianten, grootbloemig, kleinbloemig, hangend, rechtopstaand... En met hun lange bloeitijd tot in oktober zijn ze een feest voor elke border of tuin.

Tuinbegonia (Begonia grandis) – Deze winterharde soort bloeit van juni tot november, met trossen roze bloemen. De bladeren van deze plant zijn aan de onderkant dof paars en aan de bovenkant olijfgroen. De paarse kleur komt vaak ook terug in de nerven en stelen van de plant. De tuinbegonia houdt van een plekje in de schaduw of halfschaduw.

Hangbegonia (Begonia pendula) – Deze hangplant is in 2017 door het Bloemenbureau Holland verkozen tot Balkonplant van het Jaar. Met zijn rijke schakering aan zomerse kleuren fleurt hij elk balkon op. Hij staat graag in halfschaduw of matige zon, en heeft een opvallend lange bloeitijd.

Struikbegonia’s

Struikbegonia (Begonia fuchsioides) – Deze begonia heeft veel overeenkomsten met de fuchsia, zoals de Latijnse naam al doet vermoeden. Hij is afkomstig uit Venezuela en Colombia, groeit uit als een struik en heeft kleine, langwerpige glanzend groene bladeren De bloemen hangen in trossen, lijken erg op de fuchsia en de kleur varieert van paarsroze tot rood.

Waterbegonia (Begonia semperflorens) – Als je deze plant ziet, dan krijg je het gevoel dat de stengels vol met water zitten, en de bloemblaadjes wekken diezelfde indruk. Het is een populaire borderplant, maar niet winterhard. Ook deze plant is in een groot assortiment kleuren verkrijgbaar bij de lokale bloemist.

Verzorging van de begonia

De begonia houdt over het algemeen van halfschaduw tot matig zonnig. Het zijn tropische planten, maar ze willen niet in de brandende zon staan. Als je ze in een goede tuingrond zet, zijn ze snel tevreden.

De begonia in de tuin

Planten

Je kunt de knollen al in het vroege voorjaar binnenshuis in een kweekbakje planten. Je plant de knollen met de holle kant naar boven en strooit daar wat aarde over. Geef ze voldoende water en zorg dat ze niet in een te koude ruimte staan.

Vanaf mei kun je de knollen rechtstreeks buitenplanten, en dat is ook het moment waarop je de binnen opgekweekte knollen buiten kunt plaatsen.

Zaaien

Omdat de begonia niet winterhard is, moet je er zeker van zijn dat er geen vorst meer komt als je gaat zaaien. Je kunt ze natuurlijk ook vooraf binnenshuis zaaien en opkweken, om de jonge plantjes in mei buiten te planten.

Stekken

Bladbegonia’s, zoals de rex, de maculata en de tamaya, zijn ongelofelijk gemakkelijk te stekken. Alles wat je nodig hebt is één blad, met een niet al te lange steel.
Steek het stekje in de aarde en laat de bladbasis contact maken met de grond. Dat is alles wat ervoor nodig is. Let er wel op dat zelfs de gemakkelijkste stek haar kuren kan hebben.

De bladbegonia’s kunnen absoluut geen waterdruppels accepteren op hun blad. Laat je die liggen, dan zal het blad wegrotten.

Snoeien

Begonia’s kun je door een snoeibeurt in het voorjaar dwingen tot het vormen van een vollere struik. Knip de uiteinden van stengels in intervallen van vier weken. Door het afknijpen dwing je de plant tot vertakking, waarmee je een mooie volle plant krijgt. Daarnaast kun je de bloei aanzienlijk verlengen door steeds de uitgebloeide bloemen uit de plant knippen.

Het zogenaamde ‘budsnoeien’ zorgt voor mooie, grote bloemen. Hierbij haal je van een bloemtak alle zijknoppen weg, zodat de overgebleven knop aan het uiteinde alle bloeikracht krijgt.

Bij bladbegonia’s hoef je alleen de dode bladeren te verwijderen.

Overwinteren

Knollen van de begonia kun je in het najaar rooien en in de winter in een koele ruimte zonder vorst opslaan. In het voorjaar heb je dan weer plezier van een nieuwe generatie begonia’s.
Van overblijvende begonia’s knip je de stelen kort, nog vóór de eerste vorst, en zet je gedurende de winter binnen in een koele ruimte zonder vorst.

Zodra het gevaar van nachtvorst is geweken, kun je je tuin weer naar hartenlust vol zetten met deze kleurige langbloeiers!