Anthurium

De anthurium behoort tot de plantensoort en is als exotische plant erg geliefd in elke woonkamer of je nu kiest voor modern of klassiek, de anthurium hoort erbij.

Anthurium ook wel flamingoplant

De anthurium is in Nederland beter bekend als de flamingoplant. Je herkent hem meteen, met zijn exotisch aandoende, grote schutblad, waarvan je bij het aanraken eigenlijk verwacht dat het van plastic is. Uit het schutblad, dat felrood, maar ook diverse tinten paars, roze, wit of zelfs groen kan hebben, komt de bloeikolf tevoorschijn. Dit is de bloem en bestaat uit een heleboel kleine bloemen van ongeveer 3 mm.

De anthurium behoort net als de calla tot de aronskelkachtigen. Niet zo gek ook, want de calla en de anthurium lijken qua uiterlijk veel op elkaar door hun opvallende vorm. In Nederland wordt de grote, opvallende bloem veel gebruikt als snijbloem in boeketten en bloemstukken. Met zijn grote, opvallende schutblad geeft een enkele anthurium al een exotische en moderne uitstraling in zijn geheel.

Verzorg van de kamerplant

Als kamerplant doet de anthurium het echter ook heel goed. Het is geen veeleisende plant, en met de opvallende bloei en even mooie bladeren is het een exotische blikvanger die nét dat beetje extra toevoegt aan je woonkamer.

Een extra voordeel is dat hij volgens NASA zeer effectief is om de lucht binnenshuis te zuiveren van ongewenste stoffen als formaldehyde, ammoniak, tolueen en xyleen.
Houd er echter, met name als je jonge kinderen of (huis)dieren hebt, wel rekening mee dat de anthurium, als lid van de aronskelkachtigen, een giftige plant is. Vooral de jonge bladeren en de kolven zijn giftig. Mocht iemand toch binnenkrijgen, laat hem of haar dan NIET BRAKEN en roep medische hulp in.

Veel verschillende soorten

De anthurium wordt gekweekt in diverse varianten. Je kunt ze in vrijwel alle tinten rood, paars, roze, wit, geel en groen vinden, en dan zijn er ook nog varianten met meerkleurige bladeren. Er is altijd wel een anthurium potplant die bij jouw interieur past, of een snijbloem die helemaal bij je outfit hoort. Bij de lokale bloemist zijn de verschillende soorten te koop.

Het geslacht kent twee heel bekende soorten: de anthurium andreanum (lakanthurium) en de anthurium scherzerianum (flamingoplant). En de minder bekende variant de anthurium clarinervium.

De anthurium andreanum heeft over het algemeen witte bloemkolven en de hartvormige schutbladeren in oranje, rood, roze, bruin, tweekleurig, groen of wit. De stelen zijn lang en de bladeren glanzend. Met deze soort wordt intensief gekweekt en gevarieerd. Er zijn nu al grote verschillen in plantvorm en compactheid, en het kleurenpalet is bijzonder uitgebreid.

De anthurium scherzerianum is de plant die wij kennen onder de naam flamingoplant. Deze plant kenmerkt zich door de gekrulde rode of oranje bloemkolven en een rond schutblad met korte stelen en doffe bladeren. De scherzerianum was ook de eerste anthurium die naar Europa gebracht werd. Hoewel deze plant minder vaak in de winkels te vinden is, wordt ook hiermee veel geëxperimenteerd met kleuren.

Een derde, minder bekende variant is de anthurium clarinervium. Deze plant heeft alle kenmerken van de flamingoplant, dat wil zeggen, een schutblad dat ten onrechte wordt aangezien als bloem, en een bloeikolf die de bloemen bevat, maar is toch totaal anders. Het schutblad is veel kleiner, en groen, en de bloeikolf is duidelijk groter dan het schutblad. De anthurium clarinervium moet het hebben van zijn bladeren. Die zijn groot, donkergroen, en dooraderd met zilverwitte lijnen. Het lijkt een levend mozaïek!

Hoe verzorg je de anthurium?

Snijbloemen

De anthurium als snijbloem kan wel twee tot drie weken bloeien, wanneer je ze goed verzorgt. Lees hier onze verzorgingstips voor snijbloemen.

Potplanten

Als potplant is de anthurium ook geen moeilijke plant om te verzorgen, met een paar basisregels.
De anthurium houdt niet van volle zon maar wel van veel licht. En omdat het een subtropische plant is, groeit hij het beste bij een temperatuur tussen de 19 en 22 graden. Zorg ervoor dat de temperatuur niet kouder dan 15 graden of warmer dan 30 graden wordt, want daar kan hij niet tegen.

Geef je anthurium in de zomer ongeveer twee keer per week water, in de winter is een keer per week voldoende. De plant houdt niet van natte voeten, maar let op dat de grond ook niet droog staat. In de winter, als de verwarming zorgt voor een erg droog binnenklimaat, zal de anthurium je erg dankbaar zijn als je hem zo nu en dan even nat sproeit.

Omdat de plant van een hoge luchtvochtigheid houdt, is het één van de weinige planten die het erg goed doen in de badkamer. Op die manier kun je toch een beetje natuurlijke fleurigheid in je badkamer brengen!

Tenslotte zal je anthurium extra goed groeien als je hem regelmatig snoeit. Verwijder daarvoor de dode bloemen en bladeren uit de plant. De plant kan dan al zijn energie besteden aan de verse bloemen en gezonde bladeren.

Vermeerderen door te stekken

Als je een mooie anthurium hebt staan, dan kun je besluiten om hem te stekken. Dit is heel eenvoudig door de kluit te scheuren. Haal hiervoor de volwassen plant uit de pot en scheur de kluit in meerdere delen. Let op dat elk deel van de kluit ook een deel van de wortels mee krijgt.

Plant de verschillende delen in een pot met luchtige, goed gedraineerde potgrond, en geef wat water.
Het is ook mogelijk om een anthurium uit zaad op te kweken, maar dat is niet aan te raden. Daar heb je vers, vochtig zaad voor nodig, en dan is het nog steeds heel moeilijk om het te laten kiemen.

Wist je dat...

De naam Anthurium stamt uit de Griekse oudheid en betekent ‘bloei’ en ‘staart’ en slaat op de bijzondere bloeiwijze van de anthurium die gezien wordt als een exotische schoonheid. Je ziet de anthurium dan ook veel terug in mooie bloemstukken voor bijvoorbeeld een bruiloft.

De de bloem van oorsprong uit Colombia komt. Hij werd in 1876 ontdekt door de Franse botanicus Eduard André, die de exotische bloem meenam naar Frankrijk. We hebben het aan deze botanicus te danken dat de plant ook in Europa bekend werd.

Tegenwoordig kun je de anthurium in Zuid-Amerikaanse landen als Brazilië, Peru, Venezuela en Colombia nog gewoon in het wild tegenkomen.