Euphorbia

De Euphorbia staat bekend als een mooie, sierlijke bloem. Je herkent deze bloem aan de vele kleine bloemetjes.

Kenmerken van de Euphorbia

De bloem bestaat uit één steel met allemaal vertakkingen en kleine bloemetjes. Een bloemsoort die je veelal in het najaar terug ziet in de herfstboeketten en goed te combineren met bijvoorbeeld de chrysant.

De naam euphorbia staat voor een plantengeslacht die valt onder de wolfsmelkfamilie. Het geslacht kent wereldwijd ongeveer 2.300 soorten, en bevat zowel kruidachtige planten als bomen, struiken en zelfs cactussen, zoals de christusdoorn.

De Nederlandse naam wolfsmelk wijst op een van de belangrijkste kenmerken van de leden van deze familie, het melkachtige sap dat in veruit de meeste gevallen giftig is. Let daarom op met huisdieren en (kleine) kinderen, en zorg ervoor dat je handschoenen draagt als je met of bij een van de onderstaande planten tuiniert, en je handen goed na het tuinieren!

Verzorgingsadvies euphorbia in boeket

Euphorbia is makkelijk te verzorgen en hier gelden dan ook dezelfde verzorgingstips voor als de meeste bloemsoorten.

Veel verschillende soorten

Omdat de euphorbia zo’n groot en divers geslacht is, beschrijven we hieronder enkele prominente leden, van de in het wild levende amandelwolfsmelk, via de populaire vetplant Afrikaanse melkboom naar de twee geliefde kamerplanten die met Kerst in elk huis wel te vinden zijn:

Euphorbia trigona

Afrikaanse melkboom: Als je deze plant ziet, denk je direct aan een cactus. Schijn bedriegt echter, want dit is echt een lid van de wolfsmelkachtigen. Net als een cactus heeft deze stekels, en als hij in de winter zijn bladeren verliest, dan wordt de overeenkomst nog groter. Het melksap dat vrijkomt bij beschadigingen is giftig. Van deze plant bestaat ook een paarse variant; de euphorbia trigona rubra; dezelfde plant, maar dan gezien door een rode lens.

Euphorbia characias

Een groter verschil dan tussen deze opvallende borderplant en de cactusachtige hierboven is bijna niet voor te stellen. De characias heeft lange, dunne bladeren en bloeit in het voorjaar (eind maart tot juni) met groengele, opvallende bloemen in lange aren. Het is een meerjarige plant die wel 140 cm hoog kan worden, maar meestal niet hoger dan 90 cm wordt.

Euphorbia amygdaloides


amandelwolfsmelk: Dit lid van de familie kun je ook in het wild vinden, hoewel je dan veel geluk moet hebben; de amandelwolfsmelk staat op de Nederlandse en Vlaamse Rode lijst als zeer zeldzaam. Gelukkig kun je hem ook in tuincentra kopen, het is namelijk een erg aantrekkelijke borderplant. De donkergroene bladeren komen een beetje over alsof het een vetplant is, en hij groeit mooi compact. De amandelwolfsmelk bloeit nog eerder dan de characias; hij bloeit in maart en april. Ook van deze plant bestaat een paarse variant, de euphorbia amygdaloides 'Purpurea'. De euphorbia purpurea bloeit later dan zijn groene broer; hij bloeit in mei en juni met opvallende, geelgroene bloemen.

Euphorbia martinii


Wolfsmelk: Dit lid van de familie heeft uiterlijk wel wat weg van de characias en de amandelwolfsmelk. Hij is echter duidelijk te herkennen aan zijn roodbruine stengels en de wijnrode vlekken in de bloemen. Ondanks de kleur van de stengels hebben de lange en smalle bladeren niets roods. Zij zijn grijsgroen van kleur. De wolfsmelk is wintergroen en heeft een langere bloeiperiode van april tot juli.

Euphorbia lathyris


Kruisbladige wolfsmelk: Zoals de naam al doet vermoeden, zijn de bladeren van de kruisbladige wolfsmelk keurig kruislings aan de steel geplaatst. Anders dan de vorige varianten sterft de lathyris na de bloei volledig af, maar wees gerust; hij heeft zich dan allang weer uitgezaaid. Een andere naam voor deze plant is ‘mollenplant’. Er wordt namelijk verteld dat hij mollen uit de tuin verjaagt. Helaas is hier vooralsnog geen bewijs van gevonden.

Euphorbia milii

Christusdoorn: Dit is slechts één van de drie planten die in het Nederlands de naam christusdoorn krijgen. Dit is wél de meest bekende, hij wordt als kamerplant rond kersttijd in veel huishoudens gevonden. Net als de trigona bovenaan lijkt het een kruising tussen een cactus en een vetplant, en heeft het gemene doorns. De plant kan het hele jaar door bloeien, met heel kleine bloemetjes. De opvallende kleuren komen niet van de bloemen, maar van de twee schutbladeren die elk bloemetje heeft. De schutbladeren zijn er in diverse kleuren; rood, oranje, roze, wit en zelfs geel.

Euphorbia pulcherrima


Kerstster of poinsettia: De bloemen van dit Mexicaanse lid van het wijdvertakte euphorbia-geslacht heeft, net als de christusdoorn hierboven felgekleurde schutbladeren. Bij de poinsettia zijn die bladeren nog een heel stuk groter, waardoor het moeilijk te geloven is dat de werkelijke bloem slechts een klein geelgroen bloemetje is. Naast de helderrode varianten die we in de kersttijd in elke bloemenwinkel tegenkomen, zijn ze er ook met donkerrode, zalmroze, witte en zelfs gele schutbladeren. Met de schutbladeren trekken de kleine, onopvallende bloemetjes de insecten aan. Mogelijk door verwarring met de giftige kerstroos (helleborus niger), waar deze plant erg op lijkt, of door de andere leden van het euphorbia-geslacht is lang gedacht dat de poinsetta giftig was, maar na veel onderzoek wordt hier nu sterk aan getwijfeld. Toch is het te adviseren om uit te kijken als je met de plant bezig bent, en niet met je handen bij je gezicht te komen. Een plant hoeft niet giftig te zijn om toch flink irritatie te kunnen veroorzaken.

Verzorgen en snoeien van de euphorbia als borderplant

De verschillende borderplanten (characias, amygdaloides, martinii en lathyris) zijn met een zonnige standplaats en een goed ventilerende en vochtdoorlatende grond heel tevreden. Je kunt deze plant het beste in het voorjaar in je border poten.

Ze hoeven over het algemeen niet bijgemest te worden. Snoeien kan beperkt worden tot twee momenten; na de bloei snoei je de bloemstelen weg, en in het voorjaar kun je de lelijke en/of dode delen wegsnoeien, en eventueel wat te enthousiaste uitlopers wegsnoeien.

Verzorgen en snoeien van de euphorbia milii – de christusdoorn

De christusdoorn is in alle opzichten een cactus en moet dan ook als zodanig behandeld worden; weinig water en liefst volle zon. Niet teveel draaien of verzetten, en tenslotte houdt hij ook nog van een droge, warme omgeving.

Ondanks alle goede zorgen en het langzame tempo waarin een christusdoorn groeit, komt er een moment dat hij er echt niet meer uitziet. De christusdoorn heeft wat aanmoediging nodig om nieuwe scheuten aan te maken, en dat doen we in de vorm van een snoeibeurt, bij voorkeur in de lente. Je kunt de christusdoorn ver terugsnoeien en hij zal je belonen met nieuwe zijscheuten. En aangezien de bloemen alleen aan het einde van scheuten ontstaan, zul je meteen ook de bloei een flinke boost geven!

Nogmaals, het witte melksap van de christusdoorn, en de meeste andere euphorbia’s, is zeer giftig, dus draag handschoenen bij dit werk en was alles (handschoenen, handen, werkblad én gereedschap) goed af na afloop.

Wist je dat…

Het geslacht euphorbia dankt zijn naam aan de geneesheer van koning Juba II van Maritanië, Euphorbos.