Calla

De calla zorgt voor het feestelijke tintje in een boeket. De speciale vorm van deze bloem is een ware eyecatcher. De vorm van de bloem lijkt op een kelk die stamt uit de oudheid, waardoor de calla ook wel bekerplant wordt genoemd.

Van de geschiedenis, tot de bloeiwijze, verzorging en het vermeerderen van deze bijzondere snijbloem en plant lees je in hier.

Geschiedenis

De calla (zantedeschia aethiopica) is een slanke, Zuid-Afrikaanse schone, die in de 18e eeuw door de Italiaanse botanist Giovanni Zantedeschi meegebracht werd naar noordelijke streken. De botanische naam zantedeschia verwijst dan ook naar deze botanicus.

In de volksmond wordt de calla ook wel bekerplant genoemd, vanwege de mooie, kleurige schutbladeren die de bloemenaar beschermen. Volgens de Griekse mythologie dronken de goden uit de daardoor gevormde kelk.

De bladeren van deze ranke plant zijn groot ovaalvormig, zacht en gestippeld, alleen het blad dat de bloemenaar beschermt heeft een afwijkende kleur, deze kan in allerlei tinten roze, rood, donkerpaars, wit en geel zijn en maakt van deze bekerplant een erg mooie kamerdecoratie.

Symboliek van de calla

De calla is niet alleen heel mooi, maar ook nog eens gezond. Uit Japans onderzoek is namelijk gebleken dat je met een calla op je bureau minder stress ervaart en je een boost creativiteit krijgt om je werkzaamheden beter uit te voeren. Wie wil dat nou niet? Zet die calla dus maar snel op je bureau.

De calla wordt gezien als een bloem die staat voor schoonheid en geluk. In de tijd van de Grieken en Romeinen werd de bloem gezien als teken van feesten en plezier. De bloemvorm lijkt namelijk op een kelk die in deze tijd gebruikt werd om mee te proosten. Niet voor niets dus dat de calla tegenwoordig veelvuldig wordt gebruikt in feestelijke boeketten, decoraties en corsages voor bijvoorbeeld een bruiloft.

Bijzondere bloeiwijze

De bekerplant heeft een heel bijzondere bloeiwijze. Het opvallend gekleurde schutblad is een 12–26 cm lang, trechtervormig opgerold, in een overhangende punt uitlopend blad. Dit wordt ook wel een spatha genoemd. Beschermd door dat blad bevindt zich een 6–8 cm lange, lichtgele bloeikolf, de spadix genoemd. De vrouwelijke bloemen groeien aan de onderkant van de bloeikolf, en daarboven groeien de mannelijke bloemen. Ze zijn heel klein en nauwelijks herkenbaar als bloemen. Om bevrucht te worden moet er kruisbestuiving plaatsvinden, en na de bevruchting ontstaan er ronde besvruchten, nog steeds beschermd door de resten van het schutblad.

De calla bloeit tussen juli en oktober, gedurende drie tot acht weken, afhankelijk van de temperatuur, het licht en de soort.

De zantedeschia groeit in Zuid-Afrika vaak onderaan hellingen, in lekker moerassige grond. Ze legt voor zichzelf een noodvoorraad water aan in haar wortelknol, zodat ze ook in drogere perioden prima kan gedijen.

Verschil tussen zantedeschia aethiopica en calla palustris

Er is veel verwarring, met name op het internet, over deze mooie calla (zantedeschia aethiopica) en de calla palustris, de slangenwortel. Beide planten zijn lid van de familie van de aronskelken en dat laat je al vermoeden dat het niet zulke onschuldige planten zijn.

Een duidelijke overeenkomst is dat ze beiden, zoals zoveel heel mooie planten, zeer giftig zijn. Alle delen van zowel de zantedeschia als de slangenwortel zijn zeer giftig, en daarnaast scheiden deze planten een vloeistof af die huidirritaties of allergische reacties kan veroorzaken. Let dus op als je kinderen en/of huisdieren hebt.

Kamerplant & kuipplant

Als kamerplant is het belangrijk erop te letten dat overtollig water goed weg kan lopen. De plant houdt van een vochtige omgeving, maar dat wil niet zeggen dat ze ook van natte voeten houdt! Je calla zal het ook erg waarderen als je eens in de paar weken wat plantenvoeding geeft.

Omdat je niet aan de plant zelf kunt zien welke kleur het schutblad zal hebben, zul je vertrouwen moeten hebben in de verkoper, of je laten verrassen als de plant in bloei gaat.

En tenslotte; het kan zijn dat er druppels aan de kelk ontstaan. Dit is een verschijnsel dat guttatie heet, en het duidt erop dat je de plant teveel water geeft. Let op: die druppels kunnen giftig zijn.

De kuipplant is niet winterhard. In de winter zullen sowieso alle bovengrondse delen afsterven. Een kuipplant heeft het voordeel dat je ze binnen kunt zetten als het buiten koud wordt.

In de volle grond

Als je de calla in de volle grond in je tuin wil zetten, zorg dan voor een vochtige, humusrijke grond. De plant slaat overtollig water graag op in haar wortelknol.

Vermeerderen van de calla

De wortelknol gebruik je bij het vermeerderen. Snijd van de wortelstok of de knol stukjes met een oog of uitloper af. Deze stukjes zet je in de aarde in een bloempot, waarna je in het begin weinig water geeft, maar als je bladgroen begint te zien mag hij meer water krijgen. Het gemak waarmee je deze plant kunt vermeerderen is ook de reden waarom men de calla in Australië als een te bestrijden onkruid beschouwt. Uit ieder los stukje wortelstok komt weer een nieuwe calla op.

In de volle grond kun je een calla knol het beste na de bloei planten, maar je kunt natuurlijk ook gewoon een plant kopen en deze in de grond zetten. Houd er rekening mee dat de plant even moet wennen aan een echt zonnige standplaats.

Tenslotte kun je de calla ook zaaien. Hiervoor moet je de zaden oppervlakkig zaaien in een zaaibakje, en deze op een temperatuur van ongeveer 25°C houden met veel licht. Als de zaden vers zijn, kan het kiemen snel gaan. Let er bij verse zaden wel op dat het vlezig omhulsel verwijderd moet zijn.

Als de plantjes een beetje opgekweekt zijn, kun je ze in het late voorjaar buiten zetten, of in een eigen potje als kamerplant opkweken.

Niet winterhard

In de winter sterven de bovengrondse delen van de calla af en blijft alleen de knol in de grond over. Alle groei-energie gaat naar de bol, zodat je het jaar erop een nog grotere calla hebt. De plant is winterhard tot -10 graden. Als het een koude winter is, dan kan het verstandiger zijn om de knollen uit te graven en op een droge, koele plek te laten overwinteren.